Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Minister van Veiligheid en Justitie, de Minister.
Feiten
- en bedrag van € 660 aan kosten is niet geaccepteerd, en
- een bedrag van € 60.987 dat als kortlopende schuld in de aangifte is vermeld, is tot de winst gerekend.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het de aanslag vpb voor het jaar 2015 betreft;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 1.200;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 300;
- bepaalt dat de inspecteur van het griffierecht € 180 aan belanghebbende moet vergoeden;
- bepaalt dat de Minister van het griffierecht € 180 aan belanghebbende moet vergoeden.