Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 januari 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] (eiser) en [naam eiseres 2] (eiseres sub 2),uit [plaatsnaam] , gezamenlijk te noemen: eisers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers, eigenaren en bewoners van aangrenzende panden, hebben bezwaar gemaakt tegen het cameratoezicht van derde-partij dat deels hun eigendommen filmt zonder wettelijke grondslag volgens de AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft na onderzoek geconcludeerd dat derde-partij een gerechtvaardigd belang heeft bij het cameratoezicht ter bescherming van eigendommen, maar dat nader technisch onderzoek nodig is om te beoordelen of de verwerking noodzakelijk en proportioneel is.
De AP heeft op basis van haar prioriteringsbeleid besloten geen nader onderzoek te verrichten en niet handhavend op te treden, omdat de vermeende overtreding beperkte impact heeft, geen bredere maatschappelijke betekenis bezit en het optreden niet doelmatig zou zijn. Eisers stelden dat de AP onzorgvuldig en inconsistent heeft gehandeld en dat de camera’s disproportioneel zijn, maar de rechtbank oordeelt dat de AP haar besluit zorgvuldig heeft genomen en dat de klachten buiten de reikwijdte van het handhavingsverzoek vallen.
De rechtbank bevestigt dat de AP beleidsvrijheid heeft om prioriteiten te stellen en dat de belangenafweging van de AP in dit geval niet onredelijk is. Ook is vastgesteld dat eisers voldoende geïnformeerd zijn over het cameratoezicht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard.