ECLI:NL:RBZWB:2023:1529
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag en boete voor gebruik geschorste camper
Belanghebbende is houder van een camper waarvan het kenteken geschorst was van 29 oktober 2020 tot en met 9 juni 2021. Op 30 april 2021 is geconstateerd dat met deze camper gebruik is gemaakt van de openbare weg, ondanks de schorsing. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op.
Belanghebbende stelde dat de naheffingsaanslag en boete niet in verhouding stonden tot de overtreding en dat hij slechts wilde betalen voor de maand waarin hij daadwerkelijk reed. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd over de juiste periode en dat het eenmalig gebruik van de weg niet relevant is voor de hoogte van de aanslag.
Ten aanzien van de boete stelde de rechtbank vast dat deze conform de wet was opgelegd en dat geen sprake was van afwezigheid van alle schuld. Belanghebbende was bekend met de schorsing en het gebruik van de camper was niet toegestaan. De boete werd passend en geboden geacht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de naheffingsaanslag en boete gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete blijven gehandhaafd.