Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 2 maart 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Conclusie en kosten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van haar Ziektewet-uitkering per 4 maart 2021 en de weigering van een WIA-uitkering per 19 maart 2021. Het UWV baseerde het besluit op medische en arbeidsdeskundige beoordelingen waaruit bleek dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de wachttijd van 104 weken niet heeft voltooid.
De medische beoordeling door een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat eiseres beperkingen heeft, maar voldoende belastbaar is om passende arbeid te verrichten. De verzekeringsarts b&b handhaafde de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 1 februari 2021 en wees de door eiseres gevorderde urenbeperking af. De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor functies als productiemedewerker industrie, medewerker kleding en textielreiniging en inpakker.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet zijn onderschat. Ook achtte zij de geselecteerde functies passend. Omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is de Ziektewet-uitkering terecht beëindigd. Aangezien eiseres de wachttijd van 104 weken niet heeft doorlopen, is de weigering van de WIA-uitkering eveneens terecht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en weigering van de WIA-uitkering worden bevestigd.