Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zaaknummers BRE 21/4742 en 21/4803
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De belastingplichtige heeft een tweede bezwaarschrift ingediend tegen aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke Zorgverzekeringswet 2018, alsmede een opgelegde boete. Omdat al eerder op bezwaar was beslist, kwalificeerde dit tweede bezwaarschrift als een beroepschrift dat door de inspecteur naar de rechtbank werd doorgezonden.
De rechtbank heeft de gemachtigde van de belastingplichtige schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht van €49 en herhaalde deze aanmaning in een aangetekende brief. Ondanks de bevestigde ontvangst van deze brief is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn.
Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 28 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.