ECLI:NL:RBZWB:2022:8394

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 augustus 2022
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
22-012140
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring klaagschrift tegen beslaglegging op auto wegens verdenking Opiumwet

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van zijn auto, die sinds 8 januari 2022 in beslag is genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. Hij stelt dat het beslag niet langer noodzakelijk is en dat hij de auto nodig heeft voor zijn werkzaamheden, waardoor hij inkomsten misloopt. De officier van justitie betoogt dat in de auto een verborgen ruimte is aangetroffen met daarin drugs, wat het voortduren van het beslag rechtvaardigt.

De rechtbank overweegt dat het onderzoek naar het klaagschrift summier van aard is en dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave indien het beslag nodig is voor het veiligstellen van bewijs of het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Gezien de verdenking van overtreding van de Opiumwet en de aanwezigheid van drugs in de verborgen ruimte, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen.

Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaaft het beslag op de auto. De beslissing is genomen door rechter R.J.H. Goossens op 22 augustus 2022 tijdens een openbare terechtzitting in Breda.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 22-012140
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]geboren op [geboortedag] 2000,
wonende te [woonadres] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. B.M.C.F. de Groen, Baronielaan 1, 4818 PA Breda
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 8 januari 2022 onder klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk Opel, type Mokka, kleur grijs en voorzien van het [kenteken] (hierna: de auto);
  • het klaagschrift, ingediend op 9 juni 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 8 augustus 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R.M.A. in ‘t Veld en mr. B.M.C.F. de Groen als gemachtigd raadsman van klager.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave van de auto aan klager. Klager is de eigenaar van de auto en ondervindt door het voortduren van de inbeslagneming ernstige hinder. Klager heeft de auto nodig voor zijn werkzaamheden. Door de inbeslagname heeft klager minder inkomsten gegenereerd. Klager is van mening dat het belang van strafvordering zich niet tegen de gevraagde teruggave verzet nu na het grote tijdsverloop een redelijk onderzoeksbelang ontbreekt. De inbeslagname is volgens klager niet (meer) noodzakelijk ten behoeve van de waarheidsvinding in de strafzaak. Redenen waarom klager de rechtbank verzoekt zijn klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaaffd dient te blijven. Daartoe is aangevoerd dat in de auto, waarin klager reed, een verborgen ruimte zat. In deze verborgen ruimte zijn na de staandehouding van klager drugs aangetroffen. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het, gelet op het voorgaande, niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank stelt vast dat klager wordt verdacht van het overtreden van de Opiumwet. In de auto van klager is een verborgen ruimte aangetroffen met daarin verschillende verdovende middelen. Het dossier biedt vooralsnog voldoende aanknopingspunten voor de verdenking dat het voertuig is gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit. Gelet hierop acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 22 augustus 2022 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 augustus 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).