ECLI:NL:RBZWB:2022:8322

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juli 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22-008762
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring klaagschrift en teruggave bromfiets na opheffing strafvorderlijk beslag

Op 27 april 2022 werd een bromfiets van het merk Killerbee, type Vx1, voorzien van een kenteken, in beslag genomen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek. Klager, die als feitelijk rechthebbende over de bromfiets wordt beschouwd, diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen de voortzetting van het beslag.

Tijdens de raadkamerzitting van 7 juli 2022 werd vastgesteld dat klager niet wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de bromfiets zou worden gebruikt voor het plegen van een strafbaar feit. De officier van justitie gaf aan dat de bromfiets aan klager geretourneerd kon worden. De rechtbank oordeelde dat het voortduren van het beslag geen strafvorderlijk belang meer dient en dat het klaagschrift gegrond is.

De rechtbank gelastte daarom de teruggave van de bromfiets aan klager. Deze beslissing werd op 25 juli 2022 uitgesproken door rechter R.J.H. de Brouwer. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na dagtekening of betekening.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de bromfiets wordt aan klager teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 22-008762
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]geboren op [geboortedag] 1975,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M. Houweling, Bovendonk 11a, 4707 ZH Roosendaal
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 27 april 2022 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [naam] in beslag is genomen: een bromfiets van het merk, Killerbee, type, Vx1 en voorzien van het [kenteken] .
  • het klaagschrift, ingediend op 28 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 7 juli 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, klager en mr. M. Houweling als gemachtigd raadsman van klager.
De overige belanghebbende (overeenkomstig artikel 552a lid 5 Sv), beslagene [kenteken] , is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klager is aangevoerd dat er op 27 april 2022 onder [kenteken] een bromfiets (Killerbee, type Vx1, voorzien van [kenteken]) in beslag is genomen. Klager is de feitelijk redelijkerwijs rechthebbende over de bromfiets. Er is geen strafvorderlijk belang meer gediend met de verdere inbeslagname van de bromfiets en klager wordt danig bezwaard door de voortduring van de inbeslagname. Klager verzoekt de rechtbank zijn klaagschrift gegrond te verklaren onder teruggave van de bromfiets aan klager.
De officier van justitie heeft in raadkamer gesteld dat de bromfiets aan klager geretourneerd kan worden. Uit de in het raadkamerdossier aanwezige stukken kan niet opgemaakt worden dat klager bekend was of had kunnen vermoeden dat [kenteken] de bromfiets mee zou (gaan) nemen en daarmee een strafbaar feit zou gaan plegen. Het klaagschrift kan gegrond worden verklaard.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Uit de door klager overgelegde foto van het kentekenbewijs blijkt dat de bromfiets op zijn naam staat. Hij dient dan ook redelijkerwijs als rechthebbende te worden aangemerkt. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet vast te stellen is of klager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat belanghebbende de bromfiets zou (gaan) gebruiken om enig strafbaar feit te plegen. Dat betekent dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat een strafrechter - later oordelend - de verbeurdverklaring van de bromfiets zal gelasten. Nu er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag gegrond verklaren en de teruggave van de bromfiets aan klager gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank
verklaart het klaagschrift gegrond;
gelast de teruggave van:
-
bromfiets, Killerbee Vx1 voorzien van het [kenteken]
aan klager.
Deze beslissing is op 25 juli 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).