ECLI:NL:RBZWB:2022:83
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht gegrond verklaard
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een belastingbesluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde aan dat het griffierecht op tijd was voldaan. Tijdens de zitting en met aanvullende bewijsstukken bleek dat het griffierecht op 9 mei 2020 was betaald, maar dat de betaling automatisch was teruggestort vanwege openstaande vorderingen die in afwachting waren van een verzoek om vrijstelling van griffierecht.
De rechtbank oordeelde dat deze terugstorting niet aan belanghebbende kan worden toegerekend en dat het griffierecht feitelijk binnen de gestelde termijn was betaald. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en herstelde de procedure in de stand van vóór de bestreden uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende voor het verzet, vastgesteld op €270,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik en griffier N. Plasman op 10 januari 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt vernietigd.