Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had in 2014 een partner en twee jonge kinderen die in het buitenland woonden, terwijl hij zelf in Nederland was ingeschreven. Hij werkte in Den Haag en verbleef doordeweeks in Nederland en in het weekend bij zijn gezin in het buitenland. Belanghebbende vroeg ambtshalve vermindering van zijn aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2014 op grond van recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).
De inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende niet voldeed aan het wettelijke vereiste dat een kind gedurende ten minste zes maanden in het kalenderjaar op hetzelfde woonadres moet zijn ingeschreven in de basisregistratie personen. Belanghebbende stelde dat deze inschrijvingseis in zijn situatie niet passend was omdat hij feitelijk zorg droeg voor de kinderen, maar de rechtbank oordeelde dat de inschrijvingseis een helder en eenvoudig criterium is en dat belanghebbende ervoor had kunnen kiezen zich in te schrijven op hetzelfde adres als zijn gezin.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat het niet toekennen van de IACK in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, non-discriminatiebeginsel, het recht op vrij verkeer en het recht op family life. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de inschrijvingseis.