ECLI:NL:RBZWB:2022:7880
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen ongegrond verklaard beroep inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2012, dat door de rechtbank in een vereenvoudigde uitspraak ongegrond werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het buiten termijn indienen van een verzoek om ambtshalve vermindering.
Belanghebbende stelde in het verzet dat hij meerdere malen contact had gehad met de belastingdienst en stukken had toegezonden, en dat hem niet was gewezen op de noodzaak van een formeel bezwaar. Tevens voerde hij persoonlijke omstandigheden aan, waaronder het overlijden van zijn vader en het wegvallen van zijn inkomen, waardoor hij in de overlevingsstand verkeerde.
De rechtbank oordeelde dat het niet buiten redelijke twijfel stond dat het beroep ongegrond was en dat geen sprake was van een kennelijk ongegrond beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak komt te vervallen en het onderzoek wordt voortgezet, inclusief een beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur van de belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, waaronder reiskosten voor belanghebbende en zijn begeleider, gelet op diens gezondheidstoestand.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet inclusief ontvankelijkheidstoets.