ECLI:NL:RBZWB:2022:7785
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid op 18-jarige leeftijd
Eiser vroeg een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat hij niet arbeidsongeschikt was geworden vóór of op zijn 18e verjaardag en niet ten minste zes maanden had gestudeerd in het jaar voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid. Eiser stelde dat zijn epilepsie al op 18-jarige leeftijd aanwezig was, maar dit kon niet worden onderbouwd met medische gegevens. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat de ziekte zich manifesteerde op 20-jarige leeftijd en dat er geen aanwijzingen waren voor eerdere beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij eiser lag en dat het UWV zorgvuldig had gehandeld. Er was geen reden om een onafhankelijke deskundige aan te wijzen, omdat de aangevoerde argumenten en stukken onvoldoende waren. Ook de subsidiaire stelling van eiser over toename van de ziekte binnen vijf jaar werd verworpen, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij op 18-jarige leeftijd al beperkingen had.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat eiser op zijn 18e verjaardag arbeidsongeschikt was.