ECLI:NL:RBZWB:2022:7633
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- mr. Peters
- mr. Van der Weide
- mr. Hertsig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in echtscheidingsprocedure
In deze procedure heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij haar echtscheidingszaak. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onpartijdigheid vanwege diverse procesbeslissingen die volgens verzoekster onbegrijpelijk en niet gemotiveerd waren.
Tijdens de zitting van 29 november 2022 werd het wrakingsverzoek besproken, waarbij verzoekster onder meer klaagde over de late indiening van stukken door de wederpartij en het niet bespreken van haar verzoek tot verdeling en verrekening. De rechter beriep zich op het feit dat de zitting was gepland zonder dat deze verzoeken zouden worden behandeld en dat de late stukken complementair waren toegelaten.
De wrakingskamer oordeelde dat procesbeslissingen niet kunnen worden aangemerkt als aanwijzingen voor vooringenomenheid, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. De kamer concludeerde dat de door verzoekster aangevoerde gronden onvoldoende waren om een schijn van partijdigheid aan te nemen en wees het wrakingsverzoek af. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor partijdigheid.