ECLI:NL:RBZWB:2022:7523
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Geheimhoudingsbeslissing inzake verzoek inspecteur op grond van artikel 8:29 Awb
De inspecteur heeft een verzoek tot geheimhouding ingediend voor delen van stukken in een fiscale procedure, met het oog op bescherming van privacy van derden en vertrouwelijke interne beraadslagingen. Belanghebbende verzet zich hiertegen en stelt dat het vermoeden van willekeur en onrechtmatig handelen bestaat en dat inzage nodig is om aansprakelijkheid te bewijzen.
De geheimhoudingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, waarbij zij het belang van belanghebbende tegenover dat van de inspecteur heeft afgewogen. De kamer oordeelt dat het belang van belanghebbende om aansprakelijkheid te bewijzen niet zwaarwegend is, mede omdat geen verzoek tot schadevergoeding is ingediend binnen de fiscale procedure.
De passages die persoonsgegevens van derden bevatten en interne standpuntbepalingen betreffen, wegen zwaarder in het belang van de inspecteur. De rechtbank concludeert dat deze redenen voldoende gewichtige gronden vormen voor geheimhouding conform artikel 8:29 Awb Pro. Het verzoek wordt daarom toegewezen en de passages mogen worden weggelakt.
Uitkomst: Het verzoek van de inspecteur tot geheimhouding van delen van stukken wordt toegewezen.