Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zaaknummer BRE 21/4583
[belanghebbende], gevestigd te [plaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De gemachtigde heeft namens belanghebbende beroep ingesteld tegen de bij beschikking vastgestelde WOZ-waarde van een pand in de gemeente Oisterwijk. De rechtbank heeft de gemachtigde schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht van €360 en heeft dit nogmaals benadrukt in een aangetekende brief met een betalingstermijn van vier weken.
Volgens de Track&Trace-gegevens is de brief afgeleverd, maar uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank, waarbij de indiener kan verzoeken om te worden gehoord over het verzet.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.