ECLI:NL:RBZWB:2022:750

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 februari 2022
Publicatiedatum
15 februari 2022
Zaaknummer
BRE-21_4067
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroepschrift vennootschapsbelasting afgewezen

Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2017. Vervolgens trok belanghebbende het beroep in na overeenstemming met de inspecteur. De griffier bevestigde de intrekking en beëindigde de beroepsprocedure.

Na de intrekking verzocht belanghebbende om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat een verzoek om proceskostenvergoeding alleen ontvankelijk is indien dit bij de intrekking wordt gedaan. Omdat dit niet het geval was, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast werd vastgesteld dat het betaalde griffierecht niet kan worden vergoed via deze procedure, maar dat de inspecteur dit uit eigen beweging moet vergoeden volgens de Awb.

De rechtbank deed uitspraak op 15 februari 2022 en gaf aan dat tegen deze uitspraak binnen zes weken verzet kan worden aangetekend.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet bij intrekking van het beroep is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/4067
uitspraak van 15 februari 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , gevestigd te [plaats] ,

belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Betreft

Het verzoek van belanghebbende op grond van artikel 8:75a van de Awb om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2017 met aanslagnummer [aanslagnummer] .
Bij brief met dagtekening 2 december 2021 heeft belanghebbende het beroep ingetrokken omdat er met de inspecteur overeenstemming is bereikt over de aanslag.
Bij brief met dagtekening 7 december 2021 heeft de griffier de intrekking bevestigd en de beroepsprocedure beëindigd.
Belanghebbende heeft bij brief van 29 december 2021, binnengekomen bij de rechtbank op 31 december 2021, verzocht om een vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep.
De rechtbank kan de inspecteur in de proceskosten veroordelen, indien daarom bij de intrekking van het beroep wordt verzocht en de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen (artikel 8:75a van de Awb).
Nu in onderhavige zaak niet bij de intrekking van het beroep is verzocht om een vergoeding van de proceskosten, moet het verzoek van belanghebbende niet-ontvankelijk worden verklaard.
Belanghebbende heeft €360,00 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedure de inspecteur te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De inspecteur moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om proceskostenvergoeding niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 15 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.