ECLI:NL:RBZWB:2022:750
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroepschrift vennootschapsbelasting afgewezen
Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2017. Vervolgens trok belanghebbende het beroep in na overeenstemming met de inspecteur. De griffier bevestigde de intrekking en beëindigde de beroepsprocedure.
Na de intrekking verzocht belanghebbende om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat een verzoek om proceskostenvergoeding alleen ontvankelijk is indien dit bij de intrekking wordt gedaan. Omdat dit niet het geval was, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat het betaalde griffierecht niet kan worden vergoed via deze procedure, maar dat de inspecteur dit uit eigen beweging moet vergoeden volgens de Awb.
De rechtbank deed uitspraak op 15 februari 2022 en gaf aan dat tegen deze uitspraak binnen zes weken verzet kan worden aangetekend.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet bij intrekking van het beroep is ingediend.