ECLI:NL:RBZWB:2022:7490
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit op Wob-verzoek na rechterlijke termijnstelling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar Wob-verzoek van 12 april 2021, nadat de rechtbank bij uitspraak van 25 maart 2022 verweerder had opgedragen binnen vier weken te beslissen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft besloten en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd, met een maximum van € 37.500,-, voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
De rechtbank overweegt dat de Wet open overheid (Woo) sinds 1 mei 2022 van toepassing is en dat besluiten op vóór die datum ingediende Wob-verzoeken volgens de Woo moeten worden genomen. Verweerder heeft aangegeven dat documenten zijn verzameld en belanghebbenden worden gehoord, maar heeft geen concrete termijn gegeven voor besluitvorming.
Omdat het beroep gegrond is, wordt verweerder verplicht het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 379,50 toegekend. De rechtbank kwalificeert de zaak als licht van aard en past het landelijke beleid toe.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 9 december 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.