ECLI:NL:RBZWB:2022:749
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WOZ-beschikking wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een pand, maar diende het bezwaarschrift te laat in. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk en besloot niet ambtshalve te verminderen. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend omdat het pas na de wettelijke termijn van zes weken was ontvangen. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht.
Voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing verklaarde de rechtbank zich onbevoegd omdat dergelijke besluiten niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn en alleen bij de civiele rechter kunnen worden aangevochten.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de redelijke behandeltermijn niet was overschreden. Ook was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde zich onbevoegd voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WOZ-beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen.