ECLI:NL:RBZWB:2022:7037
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tijdige uitspraak bezwaar WOZ-waarde
Belanghebbende was in beroep gekomen tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de heffingsambtenaar over de vastgestelde WOZ-waarde van een pand. De heffingsambtenaar heeft vervolgens alsnog een uitspraak op bezwaar gedaan, waarna belanghebbende het beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb, omdat het beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar inderdaad aan het beroep tegemoet was gekomen.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten in de beroepsfase, vastgesteld op € 759,-. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het betaalde griffierecht van € 50,- door de heffingsambtenaar moet worden vergoed.
Deze uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 25 november 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van € 759,- na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen beslissing op bezwaar.