ECLI:NL:RBZWB:2022:6997
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Veere
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Veere wegens parkeren zonder betaling op de Gedempte Haven te Veere. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in zijn bezwaar, ondanks dat de naheffingsaanslag aan de leasemaatschappij was opgelegd, omdat ook de feitelijke parkeerder bezwaar kan maken. Er was geen schending van de hoorplicht, aangezien belanghebbende niet om een hoorgesprek had verzocht. Hoewel de heffingsambtenaar een motiveringsgebrek erkende in de uitspraak op bezwaar, werd dit geacht niet te leiden tot benadeling van belanghebbende.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de parkeercontroleurs op basis van een besluit van 10 juni 2021. Er was geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, omdat het duplicaat van de naheffingsaanslag correct was verzonden en voldoende informatie bevatte.
Belanghebbende had niet betwist dat hij zonder betaling parkeerde en de rechtbank vond dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. De stelling dat een derde hem verkeerd had voorgelicht over het parkeerregime deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard en de aanslag is bevestigd.