ECLI:NL:RBZWB:2022:691
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij beroep wegens niet-tijdig beslissen op verzoek tot handhaving loodgebruik sportvisserij
Eiseres heeft bij verweerder een verzoek tot handhaving ingediend om het gebruik en verlies van lood door sportvisserij in een bepaalde plaats te stoppen. Verweerder stelde dat dit verzoek geen handhavingsverzoek was omdat er geen overtreding van bestaande regels werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat het verzoek onvoldoende concreet was, omdat niet was aangegeven waar, wanneer en door wie met lood werd gevist. Hierdoor kwalificeerde het verzoek niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Omdat er geen aanvraag was, zijn er geen wettelijke termijnen gaan lopen en is er geen sprake van een besluit of een besluitgelijkstelling waartegen beroep kan worden ingesteld. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Het door eiseres betaalde griffierecht werd teruggestort en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende concreetheid in handhavingsverzoeken en bevestigt dat een verzoek dat niet voldoet aan de definitie van een aanvraag in de Awb niet kan leiden tot een beroep wegens niet tijdig beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens het ontbreken van een aanvraag in de zin van de Awb.