Veroordeelde is op 2 december 2021 veroordeeld voor medeplegen van poging zware mishandeling en openlijke geweldpleging, en kreeg een taakstraf van 150 uur opgelegd. Naar aanleiding van deze veroordeling is op 7 december 2021 een bevel tot afname van celmateriaal uitgevaardigd, waarna veroordeelde op 6 januari 2022 celmateriaal heeft afgestaan.
Veroordeelde stelde dat de uitzondering van artikel 2, eerste lid, onder b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van toepassing was, omdat zijn DNA geen rol van betekenis heeft gespeeld in het onderzoek en hij een first offender is met een kleine kans op recidive. De officier van justitie betoogde dat de aard van het misdrijf zich tegen het bezwaar verzet en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de wet een verplichting tot afname van celmateriaal inhoudt, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn. De door veroordeelde aangevoerde uitzonderingsgrond werd niet aanvaard, omdat geweldsincidenten juist geschikt zijn voor forensisch DNA-onderzoek en er geen objectief waardeerbare omstandigheden waren die het onderzoek onnodig maken. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.