ECLI:NL:RBZWB:2022:6720

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
11 november 2022
Zaaknummer
BRE-22_1875
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij aanslag onroerende zaakbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake een aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker niet-woning. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.

De kern van het geschil betreft het niet betalen van het griffierecht van €365,-, dat volgens artikel 8:41 Awb Pro verplicht is bij het instellen van beroep. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen aangemaand om het griffierecht binnen een gestelde termijn te voldoen. Belanghebbende heeft een verzoek tot kwijtschelding ingediend vanwege samenhang met een andere procedure, maar dit verzoek is afgewezen omdat die andere procedure was ingetrokken en geen griffierecht was betaald.

Belanghebbende heeft verder geen omstandigheden aangevoerd die het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 11 november 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/1875

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
De heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 18 maart 2022, betreffende aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker niet-woning van het object [adres] te [plaats] , beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 22 juli 2022 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
Bij brief van 12 augustus 2022 geeft belanghebbende aan
“het griffierecht niet zal worden voldaan, gezien het incongruente belang en andere openstaande zaken.”
Belanghebbende verzoekt daarbij om kwijtschelding van het griffierecht in verband met samenhang van de procedure met zaaknummer BRE 22/2301.
Bij brief van 15 augustus 2022 heeft de griffier het verzoek afgewezen. De griffier heeft daarbij melding gemaakt dat in de procedure met zaaknummer BRE 22/2301 geen griffierecht is ontvangen en de procedure inmiddels is ingetrokken en er daarom geen sprake is van samenhang. Belanghebbende heeft verder niet gesteld dat zij niet in staat is om het griffierecht te voldoen.
Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 11 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.