Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanmaningskosten van €17 die de ontvanger in rekening bracht bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017. De ontvanger stelde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van de gronden van het bezwaar en gaf belanghebbende de mogelijkheid deze binnen vier weken aan te vullen. Belanghebbende reageerde niet tijdig.
Belanghebbende stelde dat hij tijdig om uitstel had verzocht voor het indienen van de gronden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelde dat de brief van 28 december 2020 niet aannemelijk was verzonden en de brief van 18 januari 2021 te laat was ontvangen. Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 10 februari 2022 te Breda.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdige indiening van de bezwaarschriftgronden.