ECLI:NL:RBZWB:2022:6571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over 2010, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van twaalf weken, vanwege de betrokken adviescommissie, is overschreden. Eiseres heeft verweerder ingebrekesteld en het beroep is gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,-. Daarnaast stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442,-, omdat de termijn van 42 dagen na ingebrekestelling is verstreken.
Verweerder betoogde dat slechts één dwangsom verschuldigd zou zijn voor alle gerelateerde zaken, maar de rechtbank oordeelt dat de bezwaarschriften niet (nagenoeg) gelijktijdig en inhoudelijk verschillend zijn, zodat voor elke zaak afzonderlijke dwangsommen zijn verbeurd. Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een bestuurlijke dwangsom op wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiseres.