ECLI:NL:RBZWB:2022:6250

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
21-017199
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 SvArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave van inbeslaggenomen auto met verborgen ruimte wegens ontbreken strafvorderlijk belang

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een klaagschrift ex artikel 552a Sv tegen het beslag op een personenauto voorzien van een verborgen ruimte. Klager stelde dat hij niets wist van de verborgen ruimte en dat de auto door een vriend was geleend toen deze in beslag werd genomen.

De officier van justitie betoogde dat het voertuig was voorzien van een verborgen ruimte met het oogmerk om voorwerpen aan ambtelijk toezicht te onttrekken, waardoor het beslag gerechtvaardigd was. Echter erkende de officier dat het hebben van een verborgen ruimte op zichzelf geen strafbaar feit is en dat volgens recente jurisprudentie van de Hoge Raad het voertuig in verband moet staan met een strafbaar feit.

De rechtbank overwoog dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat het niet kan worden verlangd dat de rechter diepgaand toetst aan de mogelijke uitkomst van een hoofdzaak. Uit het dossier bleek niet dat de auto in verband stond met een strafbaar feit. Het enkel aanwezig zijn van een verborgen ruimte, hoewel vaak geassocieerd met criminele doeleinden, is onvoldoende om het beslag te handhaven.

Daarom oordeelde de rechtbank dat het strafvorderlijk belang voor het voortduren van het beslag ontbrak en dat klager als rechthebbende recht had op teruggave van de auto. Het klaagschrift werd gegrond verklaard en de teruggave gelast.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de teruggave van de inbeslaggenomen auto wordt gelast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 21-017199
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1979 te onbekend,
wonende te [woonplaats]

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 29 mei 2021 onder (een bekende van) klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk Peugeot, 308, blauw en voorzien van het kenteken [kenteken] (hierna: de personenauto);
  • het klaagschrift, ingediend op 9 november 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op . Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs en klager.
Klager heeft aangevoerd dat hij niets wist van een verborgen ruimte in zijn auto. Een vriend van hem heeft de auto geleend en op dat moment is de auto in beslag genomen. De auto is gekeurd. Klager heeft lang gespaard om een auto te kunnen kopen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat na onderzoek is gebleken dat het voertuig was voorzien van een verborgen ruimte met als doel om voorwerpen te onttrekken aan ambtelijk toezicht. Derhalve is het voertuig in beslag genomen. Het is onwenselijk dat een dergelijk voertuig in deze staat wordt teruggebracht in het maatschappelijk verkeer. Daarbij is het voertuig vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gelet op het voorgaande is er een strafvorderlijk belang om de auto in beslag te houden en is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal gelasten.
Klager heeft in raadkamer gepersisteerd bij het klaagschrift.
In de raadkamer heeft de officier van justitie een definitief standpunt ingenomen. Het is onwenselijk om voertuigen met een verborgen ruimte terug te brengen in het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke voertuigen doet afbreuk aan een effectieve bestrijding van criminele doeleinden en is in strijd met het algemeen belang. Desondanks is het hebben van een verborgen ruimte in een auto geen strafbaar feit. Gelet op de recente uitspraak van de Hoge Raad moet de inbeslaggenomen auto in verband staan tot het begaan van een strafbaar feit. De officier van justitie heeft verzocht het klaagschrift gegrond te verklaren.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Ingevolge artikel 116, eerste lid, Sv doet het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. In het systeem van de wet ligt aldus besloten dat, indien het Openbaar Ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, de rechter, zonder zelf in een beoordeling van dit laatste punt te treden, op het klaagschrift dient te beslissen. Dit is bijvoorbeeld van belang bij een klaagschrift dat is gericht tegen het voornemen van de officier van justitie om de inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven aan anderen dan de beslagene. In dat voornemen ligt, gelet op artikel 116, eerste lid, Sv, besloten dat het belang van strafvordering zich niet meer tegen teruggave verzet. Het staat de rechter dan niet vrij bij de beoordeling van het klaagschrift te treden in de vraag of zodanig belang aan de teruggave in de weg staat.
De rechtbank is van oordeel dat moet worden vastgesteld dat een inbeslaggenomen voorwerp in een artikel 36c of 36d Sr beschreven verband bestaat tot het begaan van een strafbaar feit. Uit het dossier en het geen in raadkamer is besproken, is niet gebleken dat de inbeslaggenomen auto in verband staat tot het begaan van een strafbaar feit. De omstandigheden dat in een auto een verborgen ruimte is aangebracht en dat het een feit van algemene bekendheid is dat dergelijke verborgen ruimtes veelal worden gebruikt voor criminele doeleinden, zoals vervoer van drugs, geld en/of vuurwapens, zijn niet toereikend voor dat oordeel.
Nu er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag en de rechtbank niet is gebleken dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van de personenauto is aan te merken, zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag gegrond verklaren en de teruggave van de personenauto aan klager gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het klaagschrift gegrond;
- gelast de teruggave van de personenauto het merk Peugeot, 308, blauw en voorzien van het kenteken [kenteken] .
Deze beslissing is op 18 februari 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).