ECLI:NL:RBZWB:2022:6241

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
21-017351
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 SvWet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring klaagschrift en teruggave machete wegens ontbreken strafvorderlijk belang

Klaagster diende een klaagschrift in tegen het door de politie op 20 oktober 2021 in beslag genomen machete. Het Openbaar Ministerie besloot aanvankelijk niet tot teruggave over te gaan, mede vanwege zorgen over de geestelijke gezondheid van klaagster en het bezit van het steekwapen.

Tijdens de raadkamerzitting op 4 februari 2022 stelde de officier van justitie dat er geen aanwijzingen zijn dat de machete betrokken was bij een strafbaar feit en dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave. De rechtbank overweegt dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat de rechter niet hoeft te oordelen over de uitkomst van een eventuele hoofdzaak.

De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en beslist dat wanneer het Openbaar Ministerie aangeeft dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave, de rechter het klaagschrift moet toewijzen zonder zelf inhoudelijk te toetsen. Omdat geen ander rechtmatig rechthebbende is gesteld, verklaart de rechtbank het klaagschrift gegrond en gelast zij de teruggave van de machete aan klaagster.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de machete wordt teruggegeven aan klaagster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer:
rk.nummer: 21-017351
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster]
geboren op [geboortedag] 1943
woonplaats kiezende ten kantore van mr. A.M.J. Joris, Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal
hierna te noemen: klaagster.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 20 oktober 2021 onder klaagster in beslag is genomen: een machete (steekwapen).
  • het klaagschrift, ingediend op 11 november 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 4 februari 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, klaagster en mr. A.M.J. Joris, als raadsman van klaagster.
Namens klaagster is aangevoerd dat de politie op 20 oktober 2021 een machete (kap)mes in beslag heeft genomen. Het Openbaar Ministerie heeft besloten niet tot teruggave van het goed over te gaan. Klaagster begrijpt niet waarom het mes van haar is afgenomen. Klaagster hecht veel waarde aan het goed omdat het een bijzondere emotionele waarde vertegenwoordigt. Daarbij komt dat klaagster ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan enig strafbaar feit.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat er zorgen zijn over de geestelijke gezondheid van klaagster. Gelet daarop begrijpt de officier van justitie dat het niet wenselijk is dat klaagster een machete in haar bezit heeft. Het is echter tot op heden niet aannemelijk geworden dat de machete op enigerlei wijze betrokken is geweest bij enig strafbaar feit. Er zijn thans geen gronden aanwezig om het strafrechtelijk beslag voort te laten duren. Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave van de machete aan klaagster. Daarbij merkt de officier van justitie op dat op grond van de Wet wapens en munitie de korpschef bevoegd is bewaring van de machete te gelasten indien dringende, aan het algemeen belang ontleende gronden daartoe aanleiding geven.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Ingevolge artikel 116, eerste lid, Sv doet het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. In het systeem van de wet ligt aldus besloten dat, indien het Openbaar Ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, de rechter, zonder zelf in een beoordeling van dit laatste punt te treden, op het klaagschrift dient te beslissen. Dit is bijvoorbeeld van belang bij een klaagschrift dat is gericht tegen het voornemen van de officier van justitie om de inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven aan anderen dan de beslagene. In dat voornemen ligt, gelet op artikel 116, eerste lid, Sv, besloten dat het belang van strafvordering zich niet meer tegen teruggave verzet. Het staat de rechter dan niet vrij bij de beoordeling van het klaagschrift te treden in de vraag of zodanig belang aan de teruggave in de weg staat.
Nu er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag en de rechtbank niet is gebleken dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van de machete is aan te merken, zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag gegrond verklaren en de teruggave van machete aan klager gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het klaagschrift gegrond;
- gelast teruggave van de machete (goednummer PL2000-2021281740-2389333).
Deze beslissing is op 18 februari 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).