Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het aan hem ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 oktober 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie gericht op drugshandel en vermogensdelicten in de wijk [wijknaam] te Middelburg. De officier van justitie baseerde haar bewijs op afgeluisterde telefoongesprekken en uitgelezen telefoons waaruit een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband zou blijken.
De verdediging betwistte dit en stelde dat de context van de gesprekken anders uitgelegd moet worden. De rechtbank onderzocht of er sprake was van een criminele organisatie volgens de criteria van artikel 140 Sr Pro en relevante jurisprudentie, waarbij onder meer duurzaamheid en structuur van het samenwerkingsverband centraal staan.
Hoewel er aanwijzingen waren voor contact en individuele strafbare feiten binnen de groep jongeren, ontbrak het aan objectief bewijs voor een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband met een gemeenschappelijk oogmerk. Interpretaties van straattaal en symboliek konden niet overtuigend worden bevestigd. Ook ontbraken concrete aanwijzingen voor uitvoering van vermeende opdrachten binnen de groep.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om deelname aan een criminele organisatie wettig en overtuigend vast te stellen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs.