Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2017 en 2018, waarbij de inspecteur aanvankelijk een belastbaar inkomen uit werk en woning had vastgesteld van respectievelijk € 20.815 en € 18.820. Tevens werd belastingrente in rekening gebracht. Na bezwaar en beroep werd een compromis bereikt waarbij de uitgaven voor extra gezinshulp voor 2017 en 2018 alsnog als specifieke zorgkosten werden erkend.
Door dit compromis werd het belastbaar inkomen uit werk en woning voor 2017 verlaagd tot € 11.710 en voor 2018 tot € 9.092, met ongewijzigde belastbare inkomens uit sparen en beleggen. De rechtbank heeft dit compromis bekrachtigd, de eerdere uitspraken op bezwaar vernietigd en de aanslagen en belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig verminderd.
Daarnaast is bepaald dat de inspecteur het griffierecht van € 97 aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik en griffier A.S. Wiskerke-Hovanesian op 20 oktober 2022 te Breda. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 en 2018 worden verminderd op basis van erkende specifieke zorgkosten.