ECLI:NL:RBZWB:2022:6079
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens van gevaar voor openbare orde
Eiser, geboren in 1990 en van Syrische nationaliteit, diende op 24 juni 2020 een verzoek om naturalisatie in. Dit verzoek werd afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van een strafrechtelijke veroordeling van 3 augustus 2021 voor verduistering in dienstbetrekking, waarbij eiser 60 uur taakstraf of 30 dagen hechtenis kreeg opgelegd.
Eiser stelde dat het vonnis nog niet onherroepelijk was vanwege een lopend hoger beroep, en dat hij geen gevaar voor de openbare orde vormde. Tijdens de zitting liet eiser de primaire beroepsgrond vallen, omdat het gerechtshof hem opnieuw veroordeelde met dezelfde straf. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde conform artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en de Handleiding.
Hoewel eiser omstandigheden aanvoerde zoals een gezin en werk, achtte de rechtbank deze niet bijzonder genoeg om af te wijken van het beleid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van het naturalisatieverzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.