ECLI:NL:RVS:2019:3104
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens gevaar voor openbare orde
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Deze afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door de rechtbank Oost-Brabant.
Appellant stelde dat hij ten onrechte niet het voordeel van de twijfel kreeg, omdat het hoger beroep tegen zijn strafrechtelijke veroordeling nog niet was beslist en hij slechts een eenmalige fout had gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het beleid neergelegd in de Handleiding RWN juist is en dat ernstige vermoedens ook gelden bij lopende strafzaken. Het enkele feit dat appellant hoger beroep heeft ingesteld vormt geen bijzondere omstandigheid om van het beleid af te wijken.
De Afdeling concludeerde dat appellant meerdere strafbare feiten heeft gepleegd en dat het verzoek terecht is afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschap bevestigd.