ECLI:NL:RBZWB:2022:6005
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting op parkeerterrein
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat zij haar voertuig op 22 juni 2021 op het Chasséveld te Breda stilzette zonder parkeerbelasting te voldoen. Zij stelde dat zij niet geparkeerd had, maar slechts kort stil stond met draaiende motor om het navigatiesysteem in te stellen, en dat het geen fiscale parkeerplaats betrof.
De rechtbank oordeelde dat het gehele terrein Chasséveld als parkeerterrein is aangewezen waartegen betaling parkeerbelasting verschuldigd is. Volgens vaste rechtspraak geldt ook het kortstondig stilzetten van een voertuig, ook met draaiende motor, als parkeren. Dit geldt ook als de bestuurder in de auto blijft zitten.
Daarom is het stilzetten van het voertuig op het parkeerterrein aan te merken als parkeren en is belanghebbende parkeerbelasting verschuldigd. Omdat zij geen betaling had verricht, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.