Verzoeker huurt een maisonnettewoning waarin de politie een hennepkwekerij met 299 planten aantrof. De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last tot sluiting van de woning voor één maand op. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de hoeveelheid hennepplanten een ernstig geval vormde. De sluiting was een geschikt en noodzakelijk middel om het woon- en leefklimaat te beschermen en het pand uit de drugsketen te halen.
Echter, verzoeker voerde aan dat hij vanwege ernstige PTSS en een kwetsbare persoonlijke situatie onevenredig wordt getroffen, omdat hij geen alternatief verblijf heeft en de woningcorporatie de huurovereenkomst ontbindt. De burgemeester had onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en zorgplicht.
De voorzieningenrechter besloot daarom het besluit tot sluiting te schorsen tot twee weken na de beslissing op bezwaar, en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.