Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [gedaagde] ,
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
- [gedaagde] heeft met [eiseres] een overeenkomst gesloten, op grond waarvan [eiseres] (bedrijfsmatig) afvalcontainers verhuurt aan [gedaagde] en [eiseres] (bedrijfsmatig) het afval van [gedaagde] ophaalt en afvoert.
- In deze overeenkomst is (onder andere) geschreven:
- [eiseres] heeft de containers bij [gedaagde] in het eerste kwartaal van 2021 (januari, februari en maart) opgehaald en geledigd. De factuur van [eiseres] voor wat betreft dit kwartaal is door [gedaagde] betaald.
- [gedaagde] heeft op 3 maart 2021 een opzegging gezonden aan [eiseres] .
- Na maart 2021 zijn de afvalcontainers niet meer bij [gedaagde] opgehaald en geledigd door [eiseres] .
- [eiseres] heeft de afvalcontainers in januari 2022 bij [gedaagde] opgehaald.
- [eiseres] heeft voor de maanden vanaf april 2021 tot en met december 2021 facturen gestuurd ter zake van de huur van de afvalcontainers.
- [gedaagde] heeft deze facturen onbetaald gelaten.
- een gecombineerde overeenkomst, met een gedeelte huurovereenkomst dat los moet worden bezien; of
- een (algehele) overeenkomst van opdracht; of
- een gecombineerde overeenkomst, waarbij gedeelte ter zake van de overeenkomst van opdracht gedeelte prevaleert boven het gedeelte ter zake van de huurovereenkomst.