ECLI:NL:RBZWB:2022:569

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
4 februari 2022
Zaaknummer
BRE-21_3234
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken schriftelijke machtiging en motivering tegen navorderingsaanslag vennootschapsbelasting

De gemachtigde diende namens belanghebbende een beroepschrift in tegen de uitspraak op bezwaar van de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2014. Het beroepschrift voldeed niet aan de wettelijke vereisten van artikel 6:5 van Pro de Awb, omdat er geen schriftelijke machtiging was overgelegd en het beroepschrift geen motivering bevatte. Het enkel bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar werd niet als voldoende grondslag beschouwd.

De rechtbank gaf de gemachtigde meerdere kansen om de verzuimen te herstellen, waaronder een termijn van vier weken en een herhaling daarvan met een laatste termijn van twee weken, met waarschuwingen dat bij niet-naleving het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Ondanks deze kansen werden de verzuimen niet hersteld.

Gezien het ontbreken van herstel van de verzuimen verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 4 februari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken schriftelijke machtiging en motivering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/3234
uitspraak van 4 februari 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[Naam], die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens,
[belanghebbende],
belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Motivering

[Naam] (hierna: de gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2014 met aanslagnummer [aanslagnummer] V.47.
Het beroepschrift voldoet niet aan wettelijke vereisten als bedoeld in artikel 6:5 van Pro de Awb. Ten eerste is bij het beroepschrift geen schriftelijke machtiging overgelegd. Dat had wel gemoeten, aangezien het beroepschrift niet mede-ondertekend is door de belastingplichtige en niet gebleken is dat de verzender van het beroepschrift advocaat is. Verder bevat het beroepschrift geen motivering (geen “gronden”). Het enkel bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar geldt niet als een motivering. Dit betekent dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb.
De griffier heeft de gemachtigde de kans gegeven deze verzuimen te herstellen binnen vier weken na de datum van verzending van die brief. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 29 november 2021 met een laatste termijn van twee weken. Deze brieven bevatten de waarschuwing dat indien de verzuimen niet tijdig worden hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief afgeleverd op het door de gemachtigde opgegeven adres.
De gemachtigde heeft de verzuimen niet hersteld binnen de gestelde termijn en heeft de verzuimen nog altijd niet hersteld.
De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding om het beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 4 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.