ECLI:NL:RBZWB:2022:5523
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen ontslag
Eiser was sinds december 2019 werkzaam bij een bedrijf en nam op eigen verzoek ontslag per 30 juni 2021. Hij vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze uit te keren omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn. Eiser voerde aan dat er sprake was van dwang en onregelmatigheden op de werkvloer die hem noopten tot ontslag.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij met zijn werkgever had geprobeerd de problemen op te lossen of dat er sprake was van een situatie die voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs onmogelijk maakte. De ex-werkgever verklaarde dat er geen gesprekken waren geweest over onvrede en dat eiser niet onder druk was gezet.
Op grond van artikel 24 WW Pro en vaste jurisprudentie is eigen ontslag in beginsel verwijtbaar tenzij uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet waren aangetoond en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt ongegrond verklaard.