Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
OVERDRACHTSBELASTING
3.Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft op 13 januari 2021 een woning gekocht en daarvoor 2% overdrachtsbelasting betaald. Hij verzocht om toepassing van de startersvrijstelling, maar de inspecteur wees dit af omdat belanghebbende op dat moment 38 jaar was, terwijl de vrijstelling geldt voor personen jonger dan 35 jaar.
Belanghebbende voerde aan dat de leeftijdsgrens discriminerend en onredelijk is, omdat hij voor het eerst een woning koopt en door huurstijgingen minder eigen vermogen heeft opgebouwd. De rechtbank overwoog dat de rechter de innerlijke waarde van de wet niet mag toetsen, maar wel moet toetsen aan internationale discriminatieverboden zoals het EVRM en IVBPR.
De rechtbank concludeerde dat de leeftijdsgrens een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft, gebaseerd op parlementaire geschiedenis en beleidskeuzes van de wetgever om de groep van actieve starters te ondersteunen. De leeftijdsgrens is proportioneel en niet evident onredelijk.
Daarom is geen sprake van verboden discriminatie en is het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van overdrachtsbelasting of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van de startersvrijstelling wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan de leeftijdsgrens van 35 jaar.