ECLI:NL:RBZWB:2022:5407
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Veroordeling heffingsambtenaar tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van zijn onroerende zaak aan een adres te Vlissingen, welke leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2021. De heffingsambtenaar stelde de waarde aanvankelijk vast op €180.000, maar verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure kwam de heffingsambtenaar tegemoet door de waarde op de peildatum aan te passen naar €167.000. Naar aanleiding hiervan trok belanghebbende het beroep in en verzocht de rechtbank de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de tegemoetkoming voldoende was om het beroep in te trekken en dat de proceskostenveroordeling op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht terecht was. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van €1.028 aan proceskosten, exclusief het griffierecht dat belanghebbende rechtstreeks bij de heffingsambtenaar kan claimen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €1.028 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.