ECLI:NL:RBZWB:2022:5405

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
AWB- 22_2272
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift Participatiewet

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers om haar aanvraag op grond van de Participatiewet buiten behandeling te stellen. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.

De beroepschrifttermijn van zes weken begon te lopen op 26 februari 2022, de dag na de bekendmaking van het bestreden besluit op 25 februari 2022. Het beroepschrift moest dus uiterlijk op 8 april 2022 bij de rechtbank zijn ontvangen. Hoewel eiseres het beroepschrift met PostNL heeft verstuurd, ontbrak een leesbaar poststempel en werd het pas op 25 april 2022 ontvangen, ruim na de toegestane termijn.

Eiseres voerde aan dat de maatschappelijke werkster die het beroepschrift zou opstellen door COVID-19 was getroffen, waardoor het beroepschrift te laat werd ingediend. De rechtbank oordeelt dat dit geen verontschuldiging is, omdat het handelen van een door eiseres ingeschakelde gemachtigde voor haar rekening en risico komt en zij niet aannemelijk heeft gemaakt zelf niet tijdig te kunnen indienen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en griffier D. Alblas op 16 september 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening van het beroepschrift zonder geldige verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2272

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2022 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres

en

het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 24 februari 2022 (het bestreden besluit) inzake het buiten behandeling stellen van haar aanvraag ingevolge de Participatiewet.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post (PostNL) wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de enveloppe geen (leesbaar) poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift tijdig op de post is gedaan als het de eerste of tweede werkdag na de beroepstermijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 25 februari 2022
door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde
op 8 april 2022.
Eiseres heeft het beroepschrift met PostNL verstuurd. Op de enveloppe staat geen leesbaar poststempel. Het beroepschrift is bij de rechtbank ontvangen op 25 april 2022. Dat is later dan de tweede werkdag na afloop van de beroepstermijn. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Eiseres heeft hiervoor de volgende reden gegeven. De maatschappelijke werkster die voor eiseres het beroepschrift zou opstellen, is besmet geraakt met het COVID-19 virus. Hierdoor heeft zij het beroepschrift niet meer tijdig kunnen opstellen. Nadat ze weer opgeknapt was, heeft ze samen met eiseres het beroepschrift opgesteld, maar dit was buiten de beroepstermijn. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van beroep (de Raad) dient het handelen of nalaten van een door eiseres zelf ingeschakelde gemachtigde voor rekening en risico van eiseres te blijven. [1] Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken niet in staat is geweest om, zo nodig op nader aan te voeren gronden, zelf tijdig een beroepschrift in te dienen of door een ander dan haar maatschappelijk werkster te laten indienen.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 16 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 9 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1641