ECLI:NL:RBZWB:2022:5244

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
9 september 2022
Zaaknummer
BRE-22_1916
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde wegens ontbreken machtiging en beroepsgronden

Belanghebbende heeft via een gemachtigde beroep ingesteld tegen de vastgestelde waarde van een pand volgens de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). De heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk stelde de waarde vast en wees het bezwaar af. De gemachtigde diende vervolgens een beroepschrift in bij de rechtbank.

De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift geen machtiging bevatte waaruit blijkt dat de gemachtigde bevoegd was om namens belanghebbende op te treden. Daarnaast ontbraken de vereiste beroepsgronden, waardoor niet duidelijk werd op welke punten het bestreden besluit werd betwist. De rechtbank verzocht de gemachtigde tweemaal schriftelijk om deze tekortkomingen binnen gestelde termijnen te herstellen.

Ondanks de waarschuwingen en de bevestigde ontvangst van de aanmaningen, werden de verzuimen niet hersteld. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en openbaar gemaakt op 9 september 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van machtiging en beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/1916

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

[gemachtigde] heeft namens belanghebbende bij de heffingsambtenaar op de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 december 2021 betreffende de bij beschikking krachtens de wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres] te [plaats] , gereageerd. De heffingsambtenaar heeft de reactie aangemerkt als een beroepschrift en doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd is het beroep te behandelen.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Daarnaast moet het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
[gemachtigde] heeft bij het beroepschrift geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende en geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft [gemachtigde] bij brief van 5 april 2022 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen.
Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 22 juni 2022. Deze brief bevat de waarschuwing dat indien de verzuimen niet binnen twee weken worden hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief bezorgd op het door de heffingsambtenaar voor [gemachtigde] gebruikte adres.
[gemachtigde] heeft binnen de termijn geen machtiging overgelegd en geen gronden ingediend.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 9 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.