ECLI:NL:RBZWB:2022:5159
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
Verzoeker huurt een woning die door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor drie maanden is gesloten vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden MDMA, GHB en amfetamine. De politie trof bij een doorzoeking diverse drugs, wapens en geld aan. Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van de aangetroffen drugs en de bestuurlijke rapportage die op ambtseed is opgesteld. De sluiting is geschikt en noodzakelijk om drugshandel te bestrijden en de openbare orde te herstellen. Verzoeker voerde aan dat de rapportage onjuist is en dat de maatregel onevenredig is vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en verslaving, maar deze bezwaren worden verworpen.
De voorzieningenrechter acht de nadelige gevolgen voor verzoeker niet onevenredig, mede omdat de burgemeester inspanningen heeft verricht om passende woonruimte te vinden en verzoeker zelf actie moet ondernemen. De begunstigingstermijn van het besluit wordt verlengd tot 4 oktober 2022. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de begunstigingstermijn verlengd tot 4 oktober 2022.