De minderjarige is sinds april 2022 geplaatst in een gezinshuis waar zij zich veilig voelt en waar zij behandeling en begeleiding ontvangt. Ondanks eerdere terugplaatsing naar de thuissituatie is de relatie tussen moeder en minderjarige ernstig verstoord, met blijvend risico op onveilige interactiepatronen.
De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar. De moeder stemt in met verlenging van de ondertoezichtstelling, maar wenst de machtiging tot uithuisplaatsing slechts voor zes maanden te verlengen. Zij erkent haar eigen beperkingen en is bereid tot medewerking aan hulpverlening.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld. Het belang van de minderjarige bij stabiliteit en continuïteit in haar leefomgeving en begeleiding weegt zwaar. Daarom wordt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 13 september 2023 en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.