ECLI:NL:RBZWB:2022:5045
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vakantiewoning met recreatief gebruik in bezwaarprocedure
De heffingsambtenaar stelde in februari 2020 de WOZ-waarde van een vakantiewoning te [plaats 2] vast op €115.000 en legde de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat de waarde te hoog was vanwege eerdere lagere waarderingen, de ligging en beperking tot recreatief gebruik. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting van juli 2022 was belanghebbende afwezig. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een matrix van vergelijkbare vakantiewoningen binnen hetzelfde park, die ook recreatief gebruikt worden en recent rond de waardepeildatum 1 januari 2019 zijn verkocht. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar hiermee aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank weegt mee dat de vergelijkingsobjecten qua gebruik en verkoopdatum relevant zijn, en dat eerdere lagere waarderingen en oudere verkopen minder zwaar wegen. De enkele verwijzing van belanghebbende naar een woning verkocht in 2016 werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €115.000 wordt ongegrond verklaard.