Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING THEATERPRODUCTIEHUIS ZEELANDIA,
1.De procedure
2.De feiten
Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de raad van toezicht onderworpen de besluiten van de directie omtrent:
volledig niet is meegenomen.
3.Het verzoek
4.Het verweer en het (zelfstandige) tegenverzoek
5.De beoordeling van het verzoek en het (zelfstandige) tegenverzoek
ernstigeen
duurzameverstoorde arbeidsverhouding. Blijkens de wetsgeschiedenis van de Wet Werk en Zekerheid gelden beide criteria in beginsel nog steeds en komen zij tot uitdrukking in de formulering “zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren” (
Kamerstukken II2013-2014, 33818, nr. 3, p. 46). De werkgever die verzoekt om ontbinding op de g-grond, dient aan te tonen in welke mate de arbeidsrelatie is verstoord en dat deze niet meer is te herstellen. Voor de werkgever geldt daarbij dat deze zich moet hebben ingespannen om de arbeidsverhouding te verbeteren. Ten slotte is voor de ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:669 lid 1 BW Pro).
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 34).
6.De beslissing
(AK)