ECLI:NL:RBZWB:2022:4687
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom bij onttrekkingsverbod oppervlaktewater
Verzoekers, exploitanten van een akkerbouwbedrijf, maakten bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door het waterschap Scheldestromen wegens overtreding van een algeheel verbod op het onttrekken van oppervlaktewater. Dit verbod was ingesteld vanwege de aanhoudende droogte in de provincie Zeeland in de zomer van 2022, met als doel het behoud van waterstanden en het voorkomen van onherstelbare schade aan natuur en infrastructuur.
Verzoekers stelden dat het water dat zij onttrokken uit een effluentsloot geen oppervlaktewaterlichaam vormt en dat zij een vergunning hadden om dit water te gebruiken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de sloot wel als oppervlaktewaterlichaam moet worden aangemerkt, omdat deze in verbinding staat met een erkend oppervlaktewaterlichaam (het Veerse Meer) en een normaal ecosysteem bevat. Het verbod gold bovendien in afwijking van verleende vergunningen.
Verzoekers voerden ook dat het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel in hun voordeel spreken, omdat zij eerder toestemming hadden gekregen en handhaving uitbleef. De voorzieningenrechter verwierp dit beroep, stellende dat geen concrete toezegging was gedaan en dat het algemeen belang bij waterbeheer en het voorkomen van waterschaarste zwaarder weegt dan individuele belangen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en laat de bodemprocedure onverlet. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.