ECLI:NL:RBZWB:2022:4602
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij waardering onroerende zaken
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de vastgestelde waarde van een pand. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en constateerde dat belanghebbende geen beroepsgronden had vermeld, hetgeen verplicht is volgens artikel 6:5 Awb Pro.
De rechtbank gaf belanghebbende meerdere kansen om het verzuim te herstellen, waaronder een brief met een termijn van vier weken en een aangetekende brief met een laatste termijn van twee weken. Ondanks deze verzoeken werden geen beroepsgronden ingediend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 12 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden na herhaalde verzoeken tot herstel.