ECLI:NL:RBZWB:2022:4597
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering van verbeurde dwangsommen door gemeente Reimerswaal
Eiser werd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal een last onder dwangsom opgelegd om bouwwerken conform de vergunning aan te passen. Bij het uitblijven van naleving verbeurde een dwangsom van maximaal €40.000. Het college besloot tot invordering van deze dwangsommen, waarbij het bedrag werd verlaagd naar €30.000 vanwege verjaring.
Eiser voerde onder meer aan dat de invordering verjaard was en dat de dwangsommen niet op hem persoonlijk maar op zijn zoon als rechtsopvolger verhaald konden worden. Tevens stelde hij dat invordering onder de gegeven omstandigheden onevenredig was vanwege aanpassingen door zijn zoon en zijn financiële situatie.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring niet had plaatsgevonden omdat de invordering tijdig was gestuit. De last en het invorderingsbesluit waren gericht aan eiser als natuurlijk persoon. De financiële situatie van eiser en de overdracht van eigendommen aan zijn zoon werden niet als bijzondere omstandigheden gezien die invordering konden voorkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het invorderingsbesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit van €30.000 aan verbeurde dwangsommen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.