ECLI:NL:RBZWB:2022:4584
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken juiste volmacht in belastingzaak
Belanghebbende heeft via zijn gemachtigde, mr. D.A.N. Bartels, beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant. De rechtbank constateerde dat bij het beroepschrift geen geldige volmacht was gevoegd die aantoonde dat mr. Bartels gemachtigd was om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om een juiste volmacht binnen te dienen, onder meer bij brief van 22 februari 2022 en herhaalde verzoeken op 9 maart, 1 april en 30 mei 2022, met waarschuwingen dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. De overgelegde volmachten waren niet op naam van belanghebbende gesteld en voldeden daarmee niet aan de vereisten.
Omdat binnen de gestelde termijnen geen juiste volmacht werd overgelegd, verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Tevens wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat de redelijke behandeltermijn niet was overschreden. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 12 augustus 2022, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste volmacht en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.