ECLI:NL:RBZWB:2022:4582

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 augustus 2022
Publicatiedatum
9 augustus 2022
Zaaknummer
BRE 22/351
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken volledige machtiging in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland. De gemachtigde van belanghebbende, mr. D.A.N. Bartels, heeft echter geen geldige machtiging bij het beroepschrift gevoegd.

De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om een juiste volmacht, maar de ingediende stukken waren niet ondertekend of niet op naam gesteld, waardoor niet kon worden vastgesteld of de gemachtigde bevoegd was om het beroep in te stellen. Ondanks herhaalde verzoeken, waaronder een aangetekende brief met waarschuwing, werd geen juiste machtiging ingediend.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat de redelijke behandeltermijn niet is overschreden. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/351

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

Namens belanghebbende heeft mr. D.A.N. Bartels tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 december 2021 beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Mr. D.A.N. Bartels heeft bij het beroepschrift geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft mr. D.A.N. Bartels bij brief van 4 februari 2022 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen.
Bij brief van 18 februari 2022 ontvangt de rechtbank nadere stukken. Bij deze stukken zit een niet ondertekende en een niet op naam gestelde volmacht. Hierdoor kan niet beoordeeld worden of mr. D.A.N. Bartels gemachtigd is door belanghebbende om beroep in te stellen.
Bij brief van 22 maart 2022 is mr. D.A.N. Bartels nogmaals in de gelegenheid gesteld om een juiste volmacht te overleggen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 13 juni 2022. De brief bevat de waarschuwing dat indien het verzuim niet binnen twee weken wordt hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief van 13 juni 2022 afgehaald op een afhaallocatie van PostNL.
Mr. D.A.N. Bartels heeft binnen de termijn geen juiste machtiging ingediend.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst verder het verzoek om immateriëleschadevergoeding af, aangezien de redelijke behandeltermijn in eerste aanleg niet is overschreden.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om immateriëleschadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 12 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.