ECLI:NL:RBZWB:2022:4581
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging in belastingzaak
Belanghebbende heeft via zijn gemachtigde beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek. De rechtbank constateerde dat bij het beroepschrift geen machtiging was gevoegd waaruit blijkt dat de gemachtigde bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen schriftelijk verzocht om binnen een gestelde termijn deze machtiging alsnog te overleggen, onder meer met een aangetekende brief waarin werd gewaarschuwd dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Ondanks deze verzoeken is de machtiging niet ingediend.
Op grond van artikel 8:24 lid 2 en Pro artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat de redelijke termijn niet is overschreden. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.