ECLI:NL:RBZWB:2022:4576

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 augustus 2022
Publicatiedatum
9 augustus 2022
Zaaknummer
BRE 22/1204
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 22j Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar, die het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

De rechtbank beoordeelt de toepasselijkheid van de termijnen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de aanslag tijdig is verzonden en bekendgemaakt, terwijl belanghebbende heeft gesteld de aanslag later te hebben ontvangen omdat deze niet aan hem was geadresseerd.

Omdat de heffingsambtenaar geen verweerschrift of bewijsstukken heeft overgelegd, oordeelt de rechtbank dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep is daarom gegrond, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de heffingsambtenaar wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

Daarnaast moet de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat niet is aangetoond dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en de heffingsambtenaar moet een nieuwe beslissing nemen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/1204

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

De heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 3 februari 2022.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk gegrond is.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het bezwaarschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de post wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de heffingsambtenaar is ontvangen. De rechtbank wijkt alleen van dit laatste uitgangspunt af als op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het bezwaarschrift later dan de laatste dag van de termijn op de post is gedaan.Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Belanghebbende heeft gesteld de aanslag pas later te hebben ontvangen, omdat het niet aan hem was geadresseerd. Het is dan aan de heffingsambtenaar om de verzending van de aanslag aan belanghebbende aannemelijk te maken. De heffingsambtenaar heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verweerschrift of op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend en daarmee dus niet aannemelijk gemaakt dat de aanslag bekend is gemaakt op de datum van de dagtekening. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is dus gegrond en de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd. De heffingsambtenaar moet met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit nemen.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de heffingsambtenaar aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht vergoeden.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling voor de beroepsfase, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende kosten heeft gemaakt voor de beroepsfase die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 50,- aan belanghebbende te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 12 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde uitspraak op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.